Inschrijvingsmomenten

Let op: inschrijvingsmoment in Wichelen is op maandag 10 september 16u-19u

U kan ook steeds online inschrijven

Inschrijvingsgeld voor het schooljaar 2018-2019

  • Jongeren: € 70
  • Jongeren - verminderd tarief: € 47
  • Volwassenen: € 312
  • Jongeren 18-24 & volwassenen - verminderd tarief volwassenen: € 134
  • (Mensen met kansenpas betalen 25% van het inschrijvingsgeld)

Dit inschrijvingsgeld geldt voor het totale lessenpakket dat je volgt binnen een bepaalde richting.

Volg je muziek en woord als –18-jarige, dan betaal je verminderd tarief voor de 2e richting.

Dit inschrijvingsgeld dekt ook de kosten verbonden aan het maken van kopies van tekst en partituren.

Naast het inschrijvingsgeld betaal je eventueel ook het boek AMV indien van toepassing (ong €25) en je huurgeld/waarborg voor je instrument (€25 + eventueel aankoop snaren) en/of concertuitsappen (ticketprijs + vervoer).

Wend je tot de directie, indien je moeilijkheden ondervindt met de betaling.

Uit BVR organisatie

Afdeling 1. Bewijsstukken recht op verminderd inschrijvingsgeld

Art. 47. Om aan te tonen dat ze aan de leeftijdsvoorwaarde voldoen om in aanmerking te komen voor het tarief, vermeld in artikel 91, 2°, 3° of 4° van het decreet van 9 maart 2018, of om het recht op vermindering te genieten, conform artikel 92, §3 van het voormelde decreet, leggen leerlingen een geldig identiteitsbewijs voor.

Art. 48. §1. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 1° of 2° van het decreet van 9 maart 2018 aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor:

1° een attest uitgereikt door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling;

2° een attest uitgereikt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening.

§2. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 10°, van het decreet van 9 maart 2018 aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor:

1° een attest van de verhoogde verzekeringstegemoetkoming door het ziekenfonds dat is uitgereikt door de overheidsinstantie die de uitkering betaalt of een attest op grond van artikel 92 §1 3°, van het voormelde decreet;

2° een UiTPAS met kansenstatuut op naam, uitgereikt door de gemeente waar de leerlingen wonen, als de gemeente de criteria, vermeld in artikel 92 §1 3°, 4°, 7° of 10° van het voormelde decreet, hanteert om het kansenstatuut toe te kennen.

§3. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 5° van het decreet van 9 maart 2018, aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor:

1° een attest dat het recht aantoont op een tegemoetkoming aan personen met een handicap dat is uitgereikt door de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;

2° een rekeninguittreksel waaruit een tegemoetkoming aan personen met een handicap blijkt van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid;

3° een European Disability Card conform het protocolakkoord van 10 oktober 2016 over het project European Disability Card tussen de Federale Regering, de Vlaamse Regering, de Waalse Regering, de Franse Gemeenschapscommissie en de Duitstalige Regering.

§4. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 6° van het decreet van 9 maart 2018, aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor:

1° een attest van de ziekteverzekering als dat document een geldigheidsperiode vermeldt en een graad van arbeidsongeschiktheid of mindervaliditeit van ten minste 66%;

2° een attest van de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering conform artikel 100 §1 van de wet 14 juli 1994 betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen;

3° een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, met vermelding van “vermindering van het verdienvermogen tot een derde of minder van wat een valide persoon door een of ander beroep op de algemene arbeidsmarkt kan verdienen”.

§5. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 7° van het decreet van 9 maart 2018 aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor:

1° een attest van de Federale Overheidsdienst Sociale Zekerheid, dat het recht op een toeslag voor het kind aantoont;

2° een attest van een kinderbijslagfonds of van het Federaal agentschap voor de kinderbijslag als het attest uitdrukkelijk vermeldt dat er een verhoogde kinderbijslag toegekend wordt wegens een handicap van ten minste 66%.

§6. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 8° van het voormelde decreet, aan te tonen, leggen leerlingen een verklaring voor van de directie van de instelling waar ze verblijven.

§7. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 9° van het voormelde decreet, aan te tonen, leggen leerlingen een van volgende bewijsstukken voor: 1° een attest uitgereikt door het Commissariaat-Generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen; 2° een bewijs van inschrijving in het vreemdelingenregister in de gemeente waar de leerling verblijft; 3° een identiteitsbewijs voor vreemdelingen.

§8. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 3° van het voormelde decreet, aan te tonen, leggen leerlingen een attest afgeleverd door het OCMW voor.

§9. Om hun recht op het verminderd inschrijvingsgeld op grond van artikel 92 §1 4° van het voormelde decreet, aan te tonen, leggen leerlingen een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen voor.

Art. 49. Een leerling die conform artikel 92 §2 van het decreet van 9 maart 2018 recht heeft op het verminderd inschrijvingsgeld, toont via een document uitgereikt door de gemeentelijke administratie dat hij tot dezelfde leefeenheid behoort als de persoon die voldoet aan de voorwaarden vermeld in 92 §1 van hetzelfde decreet.

Een leerling die conform artikel 92 §3, 1° van het decreet van 9 maart 2018 recht heeft op het verminderd inschrijvingsgeld, toont via een document uitgereikt door de gemeentelijke administratie dat hij tot dezelfde leefeenheid behoort als een persoon die het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie.

Een leerling die conform artikel 92 §3, 2° van het decreet van 9 maart 2018 recht heeft op het verminderd inschrijvingsgeld, toont via een document uitgereikt door de gemeentelijke administratie dat hij of zij kind, broer of zus is van een persoon die het inschrijvingsgeld al heeft betaald in dezelfde of een andere academie.

Art. 50. De attesten, vermeld in artikel 47 tot en met 49, kunnen zowel in schriftelijke als elektronische vorm voorgelegd worden. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten beslist of een attest uitgereikt door een andere Belgische of buitenlandse overheidsinstantie gelijkwaardig bevonden wordt met de attesten, vermeld in artikel 47 tot en met 49.